#016 … Indigo en de oude visser … Finally found luggage!!!!

28 augustus … Topdag! Whooohooo! Eindelijk! Dag 15. Als het goed is gaat onze bagage vandaag naar huis. Als het goed is krijgen we niet meer de ‘hoopvolle’ of ‘zorgwekkende’ berichten die we afgelopen 14 dagen non-stop kregen … ‘Vandaag komt de bagage’ ‘Morgen komt de bagage met die vlucht’ ‘De bagage is er niet, we weten niet waar het is’ ‘We hebben de bagage gevonden, in – Rome of -Amsterdam of -Madrid of -Athene of -Amsterdam of -Munchen … Of wederom Amsterdam.

Raar hoe we een soort van afhankelijk werden. Niet eens meer van de bagage an sich, maar van elke dag een ander verhaal vol beloften en uiteindelijk hoop. Zo raar, terwijl ik me nooit zo afhankelijk voel van dingen … Deze vakantie werden we afhankelijk van dat soort berichten, en van geld op onze rekening …

Maar goed. Dat is nu klaar. Als het goed is … zijn de rugzakken vanmiddag of vanavond thuis. Mama blijft in ons huis tot ze er zijn … Lief! Ze moet eigenlijk naar een feest, en hoopt dat de rugzakken er een beetje snel zijn. Op hoop van zegen dan maar … Muggenbulten. O ja! Shit. De muggenspulletjes zijn in de rugzakken. Straks even iets voor halen. Op Santorini was er geen mug te bekennen. Ook geen krekel trouwens. Op Paros worden we verwelkomt door het geluid van cicades. Dit is het geluid van Griekenland voor mij. We noemen het beestje gemakshalve een krekel, het heet (zang)cicade en behoort niet tot de familie van de krekel. De duizenden soorten van de Cicadidae familie komen op alle continenten voor en varieren in grootte van anderhalve centimeter tot 11cm, waar dan een vleugelspanwijdte van 22cm bij hoort! Hoe warmer het is hoe harder ze ‘zingen’. Ik vind het een heerlijk geluid. Ze drinken plantensappen en zijn bij zo ongeveer elke boom te vinden. Reden genoeg voor Indigo om bij elke boom te stoppen en speuren naar de cicades. We zien dan òf de cicade, of een vervelling/ lege huls. Het vrouwtje zoekt holle stengels of schors van planten om met haar eieren in af te zetten. Het larfje wordt nimf, want ze groeien door te ‘vervellen’, omdat het skelet aan de buitenkant zit. Dat is echt vrij gek. Vroeger dacht ik dat zo’n vervelling een dode cicade was, of een ander soort. Met dat buiten slapen in Griekenland destijds … was het wel even goed bestuderen hoe dat nu eigenlijk ging, voordat zo’n beest in de nacht op je zou gaan wonen 😂

Na een stuk of 5 a 7 keer te vervellen, graven ze zich de diepte in om zich jarenlang, tot wel 17 jaar (!) onder de grond te goed te doen aan de sappen van de plantenwortels. In het voorjaar komen ze vervolgens massaal weer boven, kruipen op stammen en bladeren en ontpoppen zich als cicade. Het getjirp begint opnieuw en de cirkel gaat rond.

De mannetjes gaan op de versiertoer en lokken de vrouwtjes met hun ‘zang’ stridulatie. Ze zijn zeer geliefd bij de Grieken, ook in de klassieke oudheid. Dichters lieten zich er door inspireren:

De krekel sjirpte dag en nacht, zo lang het zomer was. Wijl buurvrouw mier bedrijvig op en neer kroop door ’t gras.   “Ik vrolijk je wat op,” zei hij. “Kom, luister naar mijn lied.”Zij schudde nijdig met haar kop: “Een mier die luiert niet!”  Toen na een tijd de vrieswind kwam, hield onze krekel op. Geen larfje of geen sprietje meer: droef schudde hij zijn kop. Doorkoud en hongerig kroop hij naar ’t warme mierennest. “Ach, juffrouw mier, geef alsjeblieft wat eten voor de rest. Van deze barre winter. Ik betaal met rente terug. Nog vóór augustus, krekelwoord en zweren doe ‘k niet vlug!” “Je weet dat ik aan niemand leen,” Zei buurvrouw mier toen heel gemeen. “Wat deed je toen de zon nog straalde? En ik mijn voorraad binnenhaalde?” “Ik zong voor jou,” zei zacht de krekel. “Daaraan heb ik als mier een hekel! Toen zong je en nu ben je arm. Dus dans nu maar, dan krijg je ’t warm!” Wie leeft van kunst gaat door voor gek. Vaak lijdt hij honger en gebrek.

… (Haha dat laatste … 😳😳) De mier in deze fabel van Aesopus had wel wat minder arrogant mogen zijn, want ze zijn ze niet weg te slaan bij de cicaden. De suikers uit de plantensappen, die de cicaden drinken, worden uitgescheiden in de vorm van een vloeistof waar mieren gek op zijn. Indigo weet dat allemaal. Die vertelde me ooit dat dat met bladluizen en mieren ook zo gaat. Grappig, een blikje dieper in de wereld der insecten…

Paros! Vandaag gaan we eens kijken waar we beland zijn. We gingen compleet zonder strak plan. Santorini heen en Mykonos terug. Tussenin de geplande eilanden … met een opening voor alles wat richting zou geven. Ik heb me niet heel veel verder verdiept dan dat. Vooral ook omdat alles onduidelijk werd. We hebben iig Santorini he-le-maal van top tot teen gezien!

Paros is groter. Veel groter! Het derde grootste eiland van de Cycladen groep, na Naxos en Andros. Het heeft een oppervlakte van wel 195 vierkante kilometer… Toen we gisteren arriveerden was ik verrast door het iets groenere, iets vruchtbaardere. We moesten wennen aan het blanke zand van het strand waar we meteen op kwamen na aankomst. Een overdaad aan knalrode geraniums steekt af tegen de witte huisjes.

Stralend witte huisjes, bouwwerken met kronkelende steegjes zorgen dat we binnen no time het gevoel van richting kwijt zijn. Ik hou ervan. Het ziet er geweldig uit … De ogen worden hier echt verwend.
Ooit moesten we het wit tussen de stenen van de stoep opnieuw schilderen voor de bar in Ios. Weet je dat nog Barbara? Ik weet nog dat ik me toen schaamde, op mijn knieën op de grond. Alle straten zijn hier geplavuisd met gave stenen. Die liggen in verschillende richtingen en het beton of cement waar ze ‘als voegen’ mee vast liggen is wit gekleurd. Op de meeste plaatsen althans. Iedereen zorgt voor ‘zijn eigen stoepje’ … Het ene is net pas fris wit geschilderd. Het andere is nodig toe aan een opfrisbeurt. Anderen hadden geen witte verf maar off-white. En bij sommige stukken zijn de stenen niet (meer) omlijst met witgeschilderde voegen. We ontdekken ook ‘drielanden-punten’ … waar je heel goed kunt zien waar het ene eindigt en het andere begint. Af en toe zien we ook ‘vergeten’ voegen. Of extra toevoegingen zoals een extra rondje, of zelfs een hartje midden op een steen.

Vlak voor de achter-ingang-uitgang van ons hotel ligt een stuk beton waarop wel voegen zijn geschilderd, maar waar geen stenen zijn. Dat zullen we, denk ik, ook vaker tegen gaan komen. Althans zo herinner ik het me. 
Een ontbijt krijgen we in het hotel. Indigo kiest een heeeel vaag ontbijt. Yoghurt. Worstjes. Een gekookt ei. Koekjes. Warme chocolademelk haha. Ik neem yoghurt met noten en fruit en honing. Mjammie. Ieder zijn of haar smaak.

Na het ontbijtje gaan we even zwemmen. Daarna is het tijd om naar de zee terug te gaan. De emmer met zeedieren mag worden geleegd. In Indigo’s nieuwe shirt en mijn nieuwe jurkje gaan we op pad … Het pad van ons hotel naar het strand gaat langs velden. Het is een ommuurd paadje. In de avond zijn er gelukkig lichtjes. Het was namelijk anders gisterenavond pikdonker. En het is minimaal 15 minuten door het kleine smalle pad. Bij ons duurt dat zeker 45 minuten. Onderweg moet er een kever gered worden die midden op het pad zit. Zodat niemand hem plat kan trappen. Een supergoed gecamoufleerde kleine gekko ofzoiets is 1 van de hagedisachtigen die de aandacht trekt. Indigo draagt zijn schepnet en rugzakje met flesje water, onze portemonnee enzo. Ik draag de dweilemmer met visjes en zeedieren. Ik wissel van hand om de paar minuten. Best zwaar zo’n emmer water. Haha ik ben die moeder die dat wel draagt. Als we bij de zee aankomen wil Indigo het zelf dragen. De emmer wordt geleegd. Doei visjes, dag zeester, ajuus slak, byebye garnaal etc.

Natuurlijk zwemmen er weer allerlei andere interessante creaties van de natuur in het kraakheldere water. Na wat grote schatten te hebben gevangen, breekt de stok van het schepnet. Krak. Dwars doormidden. Indigo is in tranen. ‘Wat nu mama?’ … Ik wil gewoon de rugzak met mijn vishengel en ik weet wel dat dat niet kan … maar …

Hij probeert het met zijn gebroken schepnet. Er komt precies op dat moment een oude visser aan. Hij ziet het gebeuren. Hij komt naar ons toe. Geen woord Engels. Hij praat in het Grieks. Indigo in het Engels. Er worden handen geschud. Hij heet Vasili. Indigo stelt zich voor. De man wijst naar Indigo’s blauwe ogen en naar zijn eigen blauwe ogen. Ze lachen. Indigo geeft hem de 2 stukken van zijn schepnet. Hij mompelt wat. Hij gebaart Indigo dat ie moet wachten want dat hij terugkomt. Indigo vist verder. Indigo is zichtbaar ontroerd. ‘Wat een lieve man hè mama!’ Vasili loopt naar een bootje een stukje verderop. Er is hier verder niemand. Het is nog stil in de haven van Parikia. Vissersbootjes gaan aan het einde van de dag pas weer weg. En de ochtendvaartjes zijn al lang voorbij. De zon wordt te warm om te vissen. Hij komt terug met een stuk slang en een touwtje. De twee uiteinden gaan in de slang. Het is net te krap. Het middenstuk blijft slap. Ik zie vlakbij mij een stokje liggen van ‘dat wat ik als souflaki ken’. Ik wijs ernaar terwijl ik Indigo’s naam zeg. Indigo snapt het. Een spalkje. Hij geeft het aan Vasili. Die steekt zijn duim op en knikt. Ik kijk een stukje verder of er nog meer mensen bruikbare troep hebben achtergelaten. Tussen de stenen, die als golfbrekers werken, zie ik nog wat stokjes. Vasili knikt. Hij gebaart Indigo om het vast te houden. De twee vissers fixen samen het schepnet. Met een stuk slang, stokjes, touw en een zakmes. Indigo geeft hem een hand en zegt ‘Thank you’. Vasili houd een onverstaanbaar verhaal en legt de hand op zijn hart. We bedanken hem nogmaals. Indigo is superblij. Hij kan weer naar hartelust verder met zijn vangsten. Er wordt heel wat onderzocht en gevangen en gepoogd te vangen. Vasili staat zijn bootje te hozen. En loopt af en toe wat op en neer langs de bootjes en tuurt in het water.

Na een uur of anderhalf komt hij naar ons toe en geeft ons een tasje. ‘Souflaki’ zegt hij. Wat lief!!! Hij komt ons gewoon 2 pita met ‘dat wat hij souflaki noemt’ brengen. Wauw! ‘Patates’ … Zegt ie erbij. Er zitten wat frietjes in. We nemen het aan, dankbaar en vol met euhmm … iets als liefde. Zo lief! We praten nog wat onverstaanbaars met elkaar. Mijn eet-zo-weinig-mogelijk-varkensvlees en glutenvrije dieet word uiteraard overboord gegooid. Smakelijk smullen wij van onze gift. ‘Mama wat gebeurd er allemaal alléén maar door een kapot schepnet’ ❤️👌 Toen we afgelopen week met Olga en Christiana op het terras zaten hadden we het er nog over … Dat in sommige delen van Griekenland Souflaki een stokje met vlees is, en in andere delen een pita met vlees. In Santorini was het een stokje. In Paros een pita. Grappig. Als het aan Indigo ligt kunnen we hier wel de hele dag zitten. Dat doen we niet. De vangst gaat terug in zee. We gaan naar het oude kasteel midden in het centrum van … en komen onderweg eerst de historische begraafplaats tegen. De oudste en meest complete begraafplaats uit Griekenland, zeggen ze hier. Met tomben waarin massagraven zijn van oa 140 omgekomen warriors ergens tussen 800 en 200 voor Christus. Mensenskeletten en het skelet van een klein paard liggen zichtbaar ‘tentoongesteld’ in het hokje naast de begraafplaats. Bizar. Als we verder lopen steekt de wind op. Die waait onder mijn jurkje. Shit. Bij Marlyn Monroe is dat leuk. Bij mij minder. Met 1 hand houd ik mijn jurkje vast. Met de andere hand de lege dweilemmer. We lopen voorbij een prachtig kerkje en mijn oog valt op de combinatie van mooie kleuren blauw. Het oude kasteel heeft een trappenpadje naar boven. We vinden kleine huisjes. Blauwe deurtjes. Luikjes. Alle tinten blauw. Af en toe een vleugje groen. De straatjes geplaveid met de eerder omschreven witgekalkte voegsels. De wind komt hier niet. De zon staat recht boven ons. Dan doemt er een muur op van het kasteel. Wat is dit? Waarom de ronde schijven? Zijn dat oude molenstenen van de talrijke molens die in deze omgeven staan en stonden? Af en toe zoeken we schaduw. Ik vind dit zooooooo mooi. Idyllisch. Authentiek. Het heeft zo’n soort van romantiek, gezelligheid, waar je … denk ik … als je verliefd bent, vanzelf in een straatje gaat staan te kussen. Hier is niemand te zien. De huizen zijn wel bewoond. Het ruikt naar de Griekse keuken, de zilte zee en vers gewassen wasgoed aan de lijntjes. Aan de buitenwanden heeft iedereen een zichtbare elektriciteitsmeter. Dat heb ik nog nooit eerder ergens gezien. Of het is me niet eerder ergens opgevallen. Half 4: bericht van mama. De rugzakken zijn thuis! Yes! Niet helemaal compleet. De beschermhoezen en spanriemen zijn eraf. 1 hoes zit er wel los bij, maar is stuk, de dunne jasjes die aan de tas gebonden waren zijn eraf. 1 paar sandalen (gelukkig die van Indigo) is er, het andere paar is er niet. De leren naamtags zijn er ook af. Raar! De man die de rugzakken bezorgt heeft zegt dat ze vermoedelijk bij de douane zijn gecontroleerd en dat we moeten doorgeven wat er kwijt is. Ik had mama gevraagd of ze meteen bij levering een foto wou maken. Volgende week maar eens checken of voor de rest alles compleet is …

Hoe dan ook, het meeste zal thuis zijn. Jippie! Dat geeft wel rust zeg!

Nu hoeft ik me ‘alleen nog maar’ zorgen te maken over alle kosten. En niet meer over wanneer we kunnen kamperen. Dat kunnen we namelijk niet meer. We gaan de terugkomst van de bagage vieren met een ijsje. Een flinke wandeling vanaf het strand richting ‘daar zal via een omweg ons hotel wel ongeveer zijn’ brengt ons in mooie stille plekjes voordat we helemaal terug moeten lopen omdat het nergens op uit komt. Achter ons hotel Eri loopt een schaapsherder. Om 20.00 komt onze scooter, motor, iets, ding op wielen. We gaan maar eens een stukje omhoog. Het is al donker aan het worden. En donker is hier donker. Gaaaaaaaf al die lichtjes! Na een uurtje of anderhalf zijn we terug ‘thuis’ … Morgen gaan we toeren. En naar Andiparos. Met de scooter op het veerbootje vanaf Pounda … Toen ik daar ooit was, in Andiparos, was het autoloos. Nu niet meer geloof ik …

Er is een grot. En grotten zijn cooooool. Sprookjesachtig.

We gaan er helaas niet kamperen of logeren, maar er wel naar toe … Leuk!!!! Lekker op de wielen. Lekker op het water!

Vanaf Paros kun je ook zeilen! … maar dat, doen we maar eens een andere keer … Morgen weer meer ❤️👍👍👍👍