#016 … Indigo en de oude visser … Finally found luggage!!!!

28 augustus … Topdag! Whooohooo! Eindelijk! Dag 15. Als het goed is gaat onze bagage vandaag naar huis. Als het goed is krijgen we niet meer de ‘hoopvolle’ of ‘zorgwekkende’ berichten die we afgelopen 14 dagen non-stop kregen … ‘Vandaag komt de bagage’ ‘Morgen komt de bagage met die vlucht’ ‘De bagage is er niet, we weten niet waar het is’ ‘We hebben de bagage gevonden, in – Rome of -Amsterdam of -Madrid of -Athene of -Amsterdam of -Munchen … Of wederom Amsterdam.

Raar hoe we een soort van afhankelijk werden. Niet eens meer van de bagage an sich, maar van elke dag een ander verhaal vol beloften en uiteindelijk hoop. Zo raar, terwijl ik me nooit zo afhankelijk voel van dingen … Deze vakantie werden we afhankelijk van dat soort berichten, en van geld op onze rekening …

Maar goed. Dat is nu klaar. Als het goed is … zijn de rugzakken vanmiddag of vanavond thuis. Mama blijft in ons huis tot ze er zijn … Lief! Ze moet eigenlijk naar een feest, en hoopt dat de rugzakken er een beetje snel zijn. Op hoop van zegen dan maar … Muggenbulten. O ja! Shit. De muggenspulletjes zijn in de rugzakken. Straks even iets voor halen. Op Santorini was er geen mug te bekennen. Ook geen krekel trouwens. Op Paros worden we verwelkomt door het geluid van cicades. Dit is het geluid van Griekenland voor mij. We noemen het beestje gemakshalve een krekel, het heet (zang)cicade en behoort niet tot de familie van de krekel. De duizenden soorten van de Cicadidae familie komen op alle continenten voor en varieren in grootte van anderhalve centimeter tot 11cm, waar dan een vleugelspanwijdte van 22cm bij hoort! Hoe warmer het is hoe harder ze ‘zingen’. Ik vind het een heerlijk geluid. Ze drinken plantensappen en zijn bij zo ongeveer elke boom te vinden. Reden genoeg voor Indigo om bij elke boom te stoppen en speuren naar de cicades. We zien dan òf de cicade, of een vervelling/ lege huls. Het vrouwtje zoekt holle stengels of schors van planten om met haar eieren in af te zetten. Het larfje wordt nimf, want ze groeien door te ‘vervellen’, omdat het skelet aan de buitenkant zit. Dat is echt vrij gek. Vroeger dacht ik dat zo’n vervelling een dode cicade was, of een ander soort. Met dat buiten slapen in Griekenland destijds … was het wel even goed bestuderen hoe dat nu eigenlijk ging, voordat zo’n beest in de nacht op je zou gaan wonen 😂

Na een stuk of 5 a 7 keer te vervellen, graven ze zich de diepte in om zich jarenlang, tot wel 17 jaar (!) onder de grond te goed te doen aan de sappen van de plantenwortels. In het voorjaar komen ze vervolgens massaal weer boven, kruipen op stammen en bladeren en ontpoppen zich als cicade. Het getjirp begint opnieuw en de cirkel gaat rond.

De mannetjes gaan op de versiertoer en lokken de vrouwtjes met hun ‘zang’ stridulatie. Ze zijn zeer geliefd bij de Grieken, ook in de klassieke oudheid. Dichters lieten zich er door inspireren:

De krekel sjirpte dag en nacht, zo lang het zomer was. Wijl buurvrouw mier bedrijvig op en neer kroop door ’t gras.   “Ik vrolijk je wat op,” zei hij. “Kom, luister naar mijn lied.”Zij schudde nijdig met haar kop: “Een mier die luiert niet!”  Toen na een tijd de vrieswind kwam, hield onze krekel op. Geen larfje of geen sprietje meer: droef schudde hij zijn kop. Doorkoud en hongerig kroop hij naar ’t warme mierennest. “Ach, juffrouw mier, geef alsjeblieft wat eten voor de rest. Van deze barre winter. Ik betaal met rente terug. Nog vóór augustus, krekelwoord en zweren doe ‘k niet vlug!” “Je weet dat ik aan niemand leen,” Zei buurvrouw mier toen heel gemeen. “Wat deed je toen de zon nog straalde? En ik mijn voorraad binnenhaalde?” “Ik zong voor jou,” zei zacht de krekel. “Daaraan heb ik als mier een hekel! Toen zong je en nu ben je arm. Dus dans nu maar, dan krijg je ’t warm!” Wie leeft van kunst gaat door voor gek. Vaak lijdt hij honger en gebrek.

… (Haha dat laatste … 😳😳) De mier in deze fabel van Aesopus had wel wat minder arrogant mogen zijn, want ze zijn ze niet weg te slaan bij de cicaden. De suikers uit de plantensappen, die de cicaden drinken, worden uitgescheiden in de vorm van een vloeistof waar mieren gek op zijn. Indigo weet dat allemaal. Die vertelde me ooit dat dat met bladluizen en mieren ook zo gaat. Grappig, een blikje dieper in de wereld der insecten…

Paros! Vandaag gaan we eens kijken waar we beland zijn. We gingen compleet zonder strak plan. Santorini heen en Mykonos terug. Tussenin de geplande eilanden … met een opening voor alles wat richting zou geven. Ik heb me niet heel veel verder verdiept dan dat. Vooral ook omdat alles onduidelijk werd. We hebben iig Santorini he-le-maal van top tot teen gezien!

Paros is groter. Veel groter! Het derde grootste eiland van de Cycladen groep, na Naxos en Andros. Het heeft een oppervlakte van wel 195 vierkante kilometer… Toen we gisteren arriveerden was ik verrast door het iets groenere, iets vruchtbaardere. We moesten wennen aan het blanke zand van het strand waar we meteen op kwamen na aankomst. Een overdaad aan knalrode geraniums steekt af tegen de witte huisjes.

Stralend witte huisjes, bouwwerken met kronkelende steegjes zorgen dat we binnen no time het gevoel van richting kwijt zijn. Ik hou ervan. Het ziet er geweldig uit … De ogen worden hier echt verwend.
Ooit moesten we het wit tussen de stenen van de stoep opnieuw schilderen voor de bar in Ios. Weet je dat nog Barbara? Ik weet nog dat ik me toen schaamde, op mijn knieën op de grond. Alle straten zijn hier geplavuisd met gave stenen. Die liggen in verschillende richtingen en het beton of cement waar ze ‘als voegen’ mee vast liggen is wit gekleurd. Op de meeste plaatsen althans. Iedereen zorgt voor ‘zijn eigen stoepje’ … Het ene is net pas fris wit geschilderd. Het andere is nodig toe aan een opfrisbeurt. Anderen hadden geen witte verf maar off-white. En bij sommige stukken zijn de stenen niet (meer) omlijst met witgeschilderde voegen. We ontdekken ook ‘drielanden-punten’ … waar je heel goed kunt zien waar het ene eindigt en het andere begint. Af en toe zien we ook ‘vergeten’ voegen. Of extra toevoegingen zoals een extra rondje, of zelfs een hartje midden op een steen.

Vlak voor de achter-ingang-uitgang van ons hotel ligt een stuk beton waarop wel voegen zijn geschilderd, maar waar geen stenen zijn. Dat zullen we, denk ik, ook vaker tegen gaan komen. Althans zo herinner ik het me. 
Een ontbijt krijgen we in het hotel. Indigo kiest een heeeel vaag ontbijt. Yoghurt. Worstjes. Een gekookt ei. Koekjes. Warme chocolademelk haha. Ik neem yoghurt met noten en fruit en honing. Mjammie. Ieder zijn of haar smaak.

Na het ontbijtje gaan we even zwemmen. Daarna is het tijd om naar de zee terug te gaan. De emmer met zeedieren mag worden geleegd. In Indigo’s nieuwe shirt en mijn nieuwe jurkje gaan we op pad … Het pad van ons hotel naar het strand gaat langs velden. Het is een ommuurd paadje. In de avond zijn er gelukkig lichtjes. Het was namelijk anders gisterenavond pikdonker. En het is minimaal 15 minuten door het kleine smalle pad. Bij ons duurt dat zeker 45 minuten. Onderweg moet er een kever gered worden die midden op het pad zit. Zodat niemand hem plat kan trappen. Een supergoed gecamoufleerde kleine gekko ofzoiets is 1 van de hagedisachtigen die de aandacht trekt. Indigo draagt zijn schepnet en rugzakje met flesje water, onze portemonnee enzo. Ik draag de dweilemmer met visjes en zeedieren. Ik wissel van hand om de paar minuten. Best zwaar zo’n emmer water. Haha ik ben die moeder die dat wel draagt. Als we bij de zee aankomen wil Indigo het zelf dragen. De emmer wordt geleegd. Doei visjes, dag zeester, ajuus slak, byebye garnaal etc.

Natuurlijk zwemmen er weer allerlei andere interessante creaties van de natuur in het kraakheldere water. Na wat grote schatten te hebben gevangen, breekt de stok van het schepnet. Krak. Dwars doormidden. Indigo is in tranen. ‘Wat nu mama?’ … Ik wil gewoon de rugzak met mijn vishengel en ik weet wel dat dat niet kan … maar …

Hij probeert het met zijn gebroken schepnet. Er komt precies op dat moment een oude visser aan. Hij ziet het gebeuren. Hij komt naar ons toe. Geen woord Engels. Hij praat in het Grieks. Indigo in het Engels. Er worden handen geschud. Hij heet Vasili. Indigo stelt zich voor. De man wijst naar Indigo’s blauwe ogen en naar zijn eigen blauwe ogen. Ze lachen. Indigo geeft hem de 2 stukken van zijn schepnet. Hij mompelt wat. Hij gebaart Indigo dat ie moet wachten want dat hij terugkomt. Indigo vist verder. Indigo is zichtbaar ontroerd. ‘Wat een lieve man hè mama!’ Vasili loopt naar een bootje een stukje verderop. Er is hier verder niemand. Het is nog stil in de haven van Parikia. Vissersbootjes gaan aan het einde van de dag pas weer weg. En de ochtendvaartjes zijn al lang voorbij. De zon wordt te warm om te vissen. Hij komt terug met een stuk slang en een touwtje. De twee uiteinden gaan in de slang. Het is net te krap. Het middenstuk blijft slap. Ik zie vlakbij mij een stokje liggen van ‘dat wat ik als souflaki ken’. Ik wijs ernaar terwijl ik Indigo’s naam zeg. Indigo snapt het. Een spalkje. Hij geeft het aan Vasili. Die steekt zijn duim op en knikt. Ik kijk een stukje verder of er nog meer mensen bruikbare troep hebben achtergelaten. Tussen de stenen, die als golfbrekers werken, zie ik nog wat stokjes. Vasili knikt. Hij gebaart Indigo om het vast te houden. De twee vissers fixen samen het schepnet. Met een stuk slang, stokjes, touw en een zakmes. Indigo geeft hem een hand en zegt ‘Thank you’. Vasili houd een onverstaanbaar verhaal en legt de hand op zijn hart. We bedanken hem nogmaals. Indigo is superblij. Hij kan weer naar hartelust verder met zijn vangsten. Er wordt heel wat onderzocht en gevangen en gepoogd te vangen. Vasili staat zijn bootje te hozen. En loopt af en toe wat op en neer langs de bootjes en tuurt in het water.

Na een uur of anderhalf komt hij naar ons toe en geeft ons een tasje. ‘Souflaki’ zegt hij. Wat lief!!! Hij komt ons gewoon 2 pita met ‘dat wat hij souflaki noemt’ brengen. Wauw! ‘Patates’ … Zegt ie erbij. Er zitten wat frietjes in. We nemen het aan, dankbaar en vol met euhmm … iets als liefde. Zo lief! We praten nog wat onverstaanbaars met elkaar. Mijn eet-zo-weinig-mogelijk-varkensvlees en glutenvrije dieet word uiteraard overboord gegooid. Smakelijk smullen wij van onze gift. ‘Mama wat gebeurd er allemaal alléén maar door een kapot schepnet’ ❤️👌 Toen we afgelopen week met Olga en Christiana op het terras zaten hadden we het er nog over … Dat in sommige delen van Griekenland Souflaki een stokje met vlees is, en in andere delen een pita met vlees. In Santorini was het een stokje. In Paros een pita. Grappig. Als het aan Indigo ligt kunnen we hier wel de hele dag zitten. Dat doen we niet. De vangst gaat terug in zee. We gaan naar het oude kasteel midden in het centrum van … en komen onderweg eerst de historische begraafplaats tegen. De oudste en meest complete begraafplaats uit Griekenland, zeggen ze hier. Met tomben waarin massagraven zijn van oa 140 omgekomen warriors ergens tussen 800 en 200 voor Christus. Mensenskeletten en het skelet van een klein paard liggen zichtbaar ‘tentoongesteld’ in het hokje naast de begraafplaats. Bizar. Als we verder lopen steekt de wind op. Die waait onder mijn jurkje. Shit. Bij Marlyn Monroe is dat leuk. Bij mij minder. Met 1 hand houd ik mijn jurkje vast. Met de andere hand de lege dweilemmer. We lopen voorbij een prachtig kerkje en mijn oog valt op de combinatie van mooie kleuren blauw. Het oude kasteel heeft een trappenpadje naar boven. We vinden kleine huisjes. Blauwe deurtjes. Luikjes. Alle tinten blauw. Af en toe een vleugje groen. De straatjes geplaveid met de eerder omschreven witgekalkte voegsels. De wind komt hier niet. De zon staat recht boven ons. Dan doemt er een muur op van het kasteel. Wat is dit? Waarom de ronde schijven? Zijn dat oude molenstenen van de talrijke molens die in deze omgeven staan en stonden? Af en toe zoeken we schaduw. Ik vind dit zooooooo mooi. Idyllisch. Authentiek. Het heeft zo’n soort van romantiek, gezelligheid, waar je … denk ik … als je verliefd bent, vanzelf in een straatje gaat staan te kussen. Hier is niemand te zien. De huizen zijn wel bewoond. Het ruikt naar de Griekse keuken, de zilte zee en vers gewassen wasgoed aan de lijntjes. Aan de buitenwanden heeft iedereen een zichtbare elektriciteitsmeter. Dat heb ik nog nooit eerder ergens gezien. Of het is me niet eerder ergens opgevallen. Half 4: bericht van mama. De rugzakken zijn thuis! Yes! Niet helemaal compleet. De beschermhoezen en spanriemen zijn eraf. 1 hoes zit er wel los bij, maar is stuk, de dunne jasjes die aan de tas gebonden waren zijn eraf. 1 paar sandalen (gelukkig die van Indigo) is er, het andere paar is er niet. De leren naamtags zijn er ook af. Raar! De man die de rugzakken bezorgt heeft zegt dat ze vermoedelijk bij de douane zijn gecontroleerd en dat we moeten doorgeven wat er kwijt is. Ik had mama gevraagd of ze meteen bij levering een foto wou maken. Volgende week maar eens checken of voor de rest alles compleet is …

Hoe dan ook, het meeste zal thuis zijn. Jippie! Dat geeft wel rust zeg!

Nu hoeft ik me ‘alleen nog maar’ zorgen te maken over alle kosten. En niet meer over wanneer we kunnen kamperen. Dat kunnen we namelijk niet meer. We gaan de terugkomst van de bagage vieren met een ijsje. Een flinke wandeling vanaf het strand richting ‘daar zal via een omweg ons hotel wel ongeveer zijn’ brengt ons in mooie stille plekjes voordat we helemaal terug moeten lopen omdat het nergens op uit komt. Achter ons hotel Eri loopt een schaapsherder. Om 20.00 komt onze scooter, motor, iets, ding op wielen. We gaan maar eens een stukje omhoog. Het is al donker aan het worden. En donker is hier donker. Gaaaaaaaf al die lichtjes! Na een uurtje of anderhalf zijn we terug ‘thuis’ … Morgen gaan we toeren. En naar Andiparos. Met de scooter op het veerbootje vanaf Pounda … Toen ik daar ooit was, in Andiparos, was het autoloos. Nu niet meer geloof ik …

Er is een grot. En grotten zijn cooooool. Sprookjesachtig.

We gaan er helaas niet kamperen of logeren, maar er wel naar toe … Leuk!!!! Lekker op de wielen. Lekker op het water!

Vanaf Paros kun je ook zeilen! … maar dat, doen we maar eens een andere keer … Morgen weer meer ❤️👍👍👍👍

#015 … Lost time, lost days … Left the box … Found Paros … 

Zaterdag 27 augustus. Dag 14. Karterados.Indigo slaapt. Vliegtuigen suizen over ons hoofd. Kippen kakelen. De zee roept. De golven klapperen. Het waait. De was hangt in de wind. Zodat het zo meteen (zo) droog (mogelijk) is als we vertrekken. Het wordt wel fris maar niet schoon. Misschien in Paros een laundry service vinden. Mijn handwasje doet het niet goed genoeg naar mijn zin. De tassen staan nagenoeg helemaal ingepakt. Er komt een keuzemoment. Alle stenen die verzameld zijn. Mee of niet mee. (Natuurlijk gaan ze mee, maar ff zelf bewust zijn van al het gewicht) 😍 Indigo’s rugtasje is vol, met kleren, een boek, schoenen. Hij heeft nog een plastic tas te dragen met duikbril, flesje gevuld met rood zand. De doos is leeg. Ik heb een tas met de zwaardere spullen, andere boeken, etc. En een tas met onze geweldige 🤔 strandhanddoek en kleding enzo. Handig wel hoor die backpacks 🤔 … 

Vandaag gaan we varen. Met een highspeed boot. De langzame boot kon ook maar die ging om 6.00 in de ochtend, en dan moesten we er om 5.00 zijn… Da’s 4.00 in Nederland, haha, dat is voor Indigo iets teveel gevraagd voor nu. Hij heeft zijn rust al hard genoeg nodig. Er komt ook zo’n boot na 15.30, dan zijn we er in de avond. Dus we nemen de snelle. Dat is eigenlijk ook wel naar Indigo’s gading. Die houd wel van een beetje snelheid. 
Gisteren ook. Op de scooter. Als ik even vol gas gaf, als het kon, dan vond ie dat superrrrvet! ‘Mama door de bochten omlaag ook vol gas!!’ … Haha jaja, nou euh … met deze remmen en amper profiel op de bandjes, en de losse steentjes op de weg … Was het ‘zoals een granny’ rijden op de slechte stukken toch een beter idee met onze korte broekjes en mouwloze shirtjes. Hoe dan ook was het rijden superleuk! Straks op Paros gaan we dat misschien wel weer doen. 
We hebben geen ‘afscheid’ genomen van Olga, maar gezegd ‘tot gauw’ in Nederland of Tsjechië… George is de stenen rondom het zwembad water aan het geven. Ze werken hard. Met 1 pension van 24 kamers en 1 appartementencomplex met 4 huizen … Genoeg te doen. Ze zijn achter in de 50 en hopen dat hun kinderen het over gaan nemen. Het is goed verdienen hier hoor. 6 maanden per jaar dan. De andere maanden is het stil. Dan worden dingen ‘normaal’ hier volgens Helen. Dan kunnen ze vrienden ontmoeten, uitrusten, ontspannen. Want in de zomermaanden is het een drukte van jewelste. Vliegtuigen en boten gaan af en aan, er worden heel wat ritjes gemaakt naar de haven en naar de luchthaven om mensen op te halen of weg te brengen. George brengt ons straks naar de haven. Luxe 👌 

Terwijl Indigo met moeite aan het wakker worden is, trekt de zee. Ik ga eens even kijken. Er is hier niets. Niemand. Ook geen strand-dingen, geen mensen, geen winkel, niks. Een paar honden die lijken te speuren naar bruikbare dingen. Bovenop een rots een koe. En in de rotsen oude rotshuisjes. Wauw wat tof is dat!!! Dat vind ik nou echt iets om in ere te herstellen. Hier in het niets. Zou ik zo doen als ik de gelegenheid had. Werkgelegenheid zie ik trouwens ook ontstaan. Het is zo zonde dat op de mooiste, stilste unieke plekjes overal rommel ligt, afval van mensen, plastic zooi. Net in de zee, vlakbij de zee. En condooms. Mensen zoeken blijkbaar de stilte toch op. Exo Galios is dit strand genaamd. Een strand vol prachtige zandheuvels. 

Sommige rotshuisjes zijn echt vervallen. Sporen van uitwerpselen verraden dat hier honden wonen. Zou ik ook doen. Mooie plek. Het ultieme hondenleven. Rennen langs de branding. Wonen in een rotshuis.
Er staat een auto in de buurt van ons straatje. De man achter het stuur zit te bellen. Een vriendelijk knikje. Ik vraag me nog af … Zou hij ipv George komen? Dat zou vroeg zijn voor Griekse begrippen. Over een dik uur gaan we, ik heb er zin in. Als ik terug in het huisje ben is Indigo iets wakkerder dan slaperig. Gaaaaaaaap. Hij wordt net zo langzaam wakker als dat ie in slaap valt.We ontbijten tomaten. Hahaha. Niet dat we iets te kort komen … En zo meteen in de haven is er vast weer allerlei heerlijks om van te genieten. We zijn er helemaal klaar voor. Het word 09.45 en 09.55 We gaan naar buiten. Kijken waar de auto blijft. Tegelijkertijd komt de man die in de auto zat te bellen, richting ons. Hahaha. Hij was buiten aan het wachten en wij binnen. En ik was net gewend aan het raken aan … dat vertraging en ‘te laat’ zijn, onderdeel is van een leven zonder haast. De eerste keer dat ik in Griekenland in een auto zit met handsfree set 😃 Helen belt nog om gedag te zeggen. We hebben het goed gehad bij Helen en George. Keurige Engelse service gerichtheid met leuke informatie. Ze leek blij dat wij interesse hadden in wat anders dan het strand. Een perfecte gastvrouw. Helen en Olga gaven ons een rustig gevoel door dat we welkom waren en door alle hulp. Karterados is ook een leuk plekje. In het midden van het eiland, supercentraal, dus alles is goed te bereizen. Uit de gekte. Uit de drukte.

De kamer was klein. Tussen het bed en de muur zat op een bepaald punt amper 20 cm. Het was simpel. Lief. Klein. Maar wel heel schoon! En heel leuk. Het beachhouse ligt geïsoleerd, afgelegen van alles, is ideaal als je van rust houd en niemand wilt tegenkomen. Je hebt wel echt een vervoermiddel nodig, anders zit je behoorlijk afgesneden van alles.

De chauffeur heeft een prachtige naam die ik niet kan onthouden en uitspreken. Hij werkt in Santorini, woont in Athene, verlangt naar oktober en zijn lieve fijne huis thuis in Athene. In mei keert hij terug naar Santorini, zijn zoon en kleindochter wonen hier. Ik ben benieuwd hoe leeg Santorini is in de winter. Zou het leuk zijn dan? We zeggen gedag en vinden een ontbijtje in de haven. Aan de rand van het water zwemmen vissen. En plastic. 

Er komt een boot. Niet de onze. En dan … Wowwww! Indrukwekkend! Daar komt ons bootje aan. Een supersnelle catamaran. Gigantisch ding. Gloednieuw, lijkt. Hij meert aan. Hordes mensen stromen van boord. Vervolgens gaan hordes andere mensen weer aan boord, inclusief wij. Het is echt een supervette catamaran, volgens Indigo. We zoeven over zee met 40 knopen.Er kunnen maar liefst 1.500 mensen aan boord! Jeeeetje mina. De catamaran is gebouwd in Australië in 2016 en vaart voornamelijk in de Cycladen. Na een uur meren we aan in Ios om mensen te lossen en laden. Ios … Gooood memories. Met Barbara heb ik ooit een hele zomer in Griekenland gewerkt. Genoten. Gelachen. Dat is een jaar of 18 geleden. We werkten bij Kahlua Bar in Ios. Barbara toverde de gasten naar binnen, ik toverde de heerlijkste cocktails op de bar, samen met Samuel. Na het werken in de bar gingen we naar ‘de disco’ van Panos onze baas, daar kregen we dan gratis drankjes en dansten tot vroeg in de ochtend, sliepen op de camping, lekker buiten, naast onze tent die nooit uitgepakt werd, of op het strand. Met het geluid van duizenden krekels. In de ochtend (lees: middag) maakten we de bar schoon en zorgden dat alles weer klaar was voor de avond. Panos begon te leven als wij hem hadden voorzien van een paar borrels Sambuco. Zo vierden wij vakantie. We verdienden precies genoeg om te eten en hadden de tijd van ons leven. Ios dus. We verlaten Ios weer en gaan verder naar Paros. Benieuwd wat dit eiland ons gaat laten beleven. In elk geval gaan we een nieuwe outfit scoren. Want we zijn onze looks een beetje meer dan moe. Paros beloofd ook kite-surfen of iig het bewonderen van kite-surfers. Dat staat altijd nog op de lijst van ‘to-do’ things. 

Onderweg naar Paros schommelen we over zee. Zee. Lucht. Zee. Lucht. Zo’n groot schip maakt stevige bewegingen ook. Het gevoel van -op-en-neer-en-van-links-naar-rechts tegelijk, tezamen met de voortstuwende kracht van het schip wat met grote snelheid vooruit gaat. 
Ooit was ik een paar maanden op dd Maxim Gorki, een Russische cruiseliner en bevaarden we een stuk van de wereld, ook terwijl het stormde op zee. We grapten dan: ‘is this the ship or the alcohol?’ … 

Deze schommelingen voelen als wiegen. Toch trekken er mensen om ons heen wit en geel met groen weg. Gezichten die me doen denken aan mijn moeder toen Indigo en ik haar meenamen op 1 van onze ‘dolfijn-kijk’ tochtjes op een snelle rubberboot op de Azoren een jaar of 4 geleden. 😬En dan … zijn we er. En 10 minuten later worden we hartelijk verwelkomt. Door Heleni. De kamer is okay! We vinden een strik op ons bed. Indigo vind zulke details van aandacht altijd leuk! Het zwembad is meteen Indigo’s favoriet. 2.80 diep. Duiken streng verboden. En groot genoeg om baantjes te trekken. Na een plons in het water gaan we richting een restaurantje. Onze douche is klein maar fijn. Onze slaapkamerwand is blauw. Ik voel dat er wat ontspanning komt nu we eindelijk op pad zijn. Als nu het beloofde telefoontje ook nog komt … en de bagage alsjeblieft echt in Amsterdam is èn blijft … dan zou dat rust geven. Ik trek het idee niet dat er beloofd gaat worden om onze bagage naar Paros te sturen, terwijl we over een paar dagen in Mykonos moeten zijn voor de terugvlucht … Mijn vertrouwen is echt helemaal weg. Aan de achterzijde van de tuin begint een pad wat ons naar de boulevard met restaurantjes zal brengen. Het is een prachtig pad. De droogte. De wijdsheid. De glooiingen in het landschap. In de verte de zee. Er moeten natuurlijk stenen worden gevonden, uitgezocht, goedgekeurd, en gegooid … Mijn liefste altijd spelende, ontdekkende kind … is buiten altijd in zijn element. Aan het einde van het pad is een parkeerplaats cq auto-hospice. Ik leer Indigo altijd om bij splitsingen achterom te kijken als je dezelfde weg later terug moet. Omdat de route er de ene kant op, vaak anders uitziet dan de andere kant op. We komen uit bij restaurant Katerina. Authentieke Griekse recepten. Eindelijk eet ik iets wat ik echt nog niet kende. Mosselen met tomaat en feta. En lekkerrrr! Indigo zit ook echt te smullen. We lopen naar de haven waar het centrum zich bevind. Een zeeeeee vol visjes. Vlakbij havens word Indigo altijd he-le-maal enthousiast. Plat op de buik op de grond, hangend over de rand. Of op de keien. Of op de trapjes die de zee in gaan. Zijn hengeltje zit natuurlijk in de backpack. ‘Wow mama gaan we vissen! Ik wil zo graag een schepnet en een emmer!’ Binnen no time heeft ie een schat gevonden. Een stukje van een zee-egel. Mooie pinnen. We slenteren wat langs de golfbrekers. En klauteren er natuurlijk op. ‘O mama ik ben zooooo blij dat we hier zijn, eindelijk!’We gaan een schepnet zoeken. Dat vinden we na een kleine zoektocht. Een emmer is een grotere uitdaging. Dan zie ik ergens een winkeltje met dingen voor de hotels, toiletrollen, handdoeken, schoonmaakmiddel, dweilen met van die emmers die erbij horen. ‘Kom Indigo we gaan het daar vragen’ … De man van de winkel vind de vraag van Indigo wel grappig. Hij haalt een set uit elkaar. 1,50 euro. ‘So you are a fisherman?’ … Hij krijgt een aai over zijn bol en met de afspraak dat Indigo 1 van de 2 eerste grote vissen naar hem brengt voor de bbq, zeggen we gedag. Dan gaan we kleren kijken. Tenslotte komt de bagage (als het goed is) niet meer naar ons. 

Indigo vind een shirt. Dat moet geprint worden, met een transfermachine. Dat duurt even dus wij gaan even in de winkel ernaast kijken voor mij. Indigo dacht ‘dit is wel jouw stijl mama’ … En zo was het. Met een jurkje en 3 shirts gaan we de winkel weer uit. Vanaf nu heb ik iets meer keuze! Jippie! 
De telefoon gaat. Anoniem nummer. Aviapartners. Ze willen morgen de bagage leveren. 

… waarrrrr??? … 

Ik zeg dat we net verhuisd zijn van eiland. Ze dacht dat wij al lang thuis waren. Ze wou de bagage naar huis sturen en een bezorgafspraak maken om het kostenloos thuis te brengen …wat?????? … hoe kunnen ze dat nou denken terwijl de bagage heeeeeel de tijd richting Santorini wordt gestuurd … Via Madrid, via Rome, via Munchen … 

En kostenloos? Ja zeg … Is dat niet heeeeel normaal!?! Ik zeg dat ze morgen thuis in Empel mag leveren en dat ik ga zorgen dat er iemand thuis is! Ik hoop … Dat mijn vader of moeder kan! En dat het klopt wat ze nu zeggen. Dat het dit keer uitkomt. 

We gaan nog wat drinken. We komen uit op het terras van Republic. Indigo neemt een verse mango-slushie. De man vraagt of ik zin heb in een cocktail. Hij staat blijkbaar bekend om zijn ‘op-maat-cocktails’ … Hij stelt me een aantal vragen … En komt serieus met een ge-wel-di-ge cocktail. Top! De mango-slushie is ook fijn! Ik vind slushies normaliter echt afgrijselijk zoet en chemisch. Maar dit is super! 
Na de fijne drankjes gaan we vissen. 

Indigo loopt langs de rand en slaat zijn net plots in het water. En vangt een stuk of 10 visjes. Euhm … Shit! We hebben nog geen water in de emmer.Hij kijkt mij aan. Ik knik. Soms hoeft je niet te praten. Hij trekt een sprintje. Zo’n 100 meter verder is ‘die ene plek met het trapje, daar is het ondiep’. Hij weet dat ik wel volg. Het hoekje om. Met emmer en net vol visjes rent ie weg. Als ik bij hem kom zwemmen de visjes. Het is ondertussen pikdonker. ‘Onze visplek’ is verlicht met een lichtje van een stukje verderop’. Anderhalf uur later heeft ie een zeester, een heremietkreeft, een slak, een garnaal, nog een slak en een boel visjes. Kei-blij. Ze moeten grondig onderzocht worden. En gaan natuurlijk later terug de zee in. Mijn lieve bioloogje.