#012 … Lost it … again! 

Woensdag 24 augustus. Dag euhm 11 …Indigo droomde terwijl hij wakker was. Of andersom. Verhalen in zijn slaap. En gegiechel. Met een glimlach op de lippen valt hij weer in diepere slaap. Om wakker te worden ergens halverwege mijn droom. Keelpijn. Hoestdrankje. Ik slaap diep. Ik brabbel wat. Ik hoor hem wat rommelen met de koelkast. ‘Ik heb geknoeid’ ‘Geeft niet, morgen weer een dag’.
Oefff buikpijn. Misselijk. Gisteren zeker teveel chocolade gegeten. Of iets wat niet zo lekker viel. Kramp. Gaat weer over.

Vandaag voelt spannend. De bagage gaat komen. Nu echt. Heeft de dame van Avia Partners gezegd. Deze ochtend om 06.00 gaan de rugzakken op de vlucht! Jippie! Dan moet de bagage overstappen. En dan komt de bagage naar Santorini. Dat zal even duren om te verwerken. Het heeft dus geen zin om in de ochtend naar de luchthaven te gaan. In de avond zullen ze ons bellen. Ze tipte me om zelf ook even te bellen in de avond.

Vol positieve moed gaan we vandaag op pad. Vandaag gaat het dan toch echt gebeuren! We gaan de route inkorten. Niet de unieke kleine eilandjes bezoeken. Maar direct naar Paros. Misschien Anti-Paros en dan naar Pyros en Mykonos. We hebben nog een ruim weekje te gaan. Dat is niet veel meer. Geeft geen ruimte voor vaartochtjes van rechts naar links. Maar in elk geval gaan we nog kamperen en backpacken … Einde aan de hotelkosten.

Het bezoeken van de archeologische opgraving van Ancient Thera betekent een vroege start in de ochtend want we willen niet neergesabeld worden in de hitte van de schaduwloze rotsen. Het is rustig in de bus. Hèhè dat is ook eens fijn. We rijden richting Kamari. Daar moeten we omhoog. De berg op. We twijfelen. Gaan we omhoog lopen of omhoog rijden? Vanaf de top gaan we straks iig naar Perissa lopen, dat is veelal omlaag.
Indigo heeft buikpijn. Steken. Kramp. Ook. Toch iets gegeten dan gisteren wat niet lekker valt? Dan gaan we geen anderhalf uur naar boven lopen in de felle zon.
We kopen een kaartje voor een busje. We zijn de enigen die omhoog gaan.

Wat doen al die toeristen hier echt? Alleen strand en shoppen? … Hoe dan ook … Wij doen dat lekker niet.

We mogen met een autootje mee. Een blauw mobiel. Een busje is niet nodig want er gaat niemand anders omhoog. Fijn al dat blauw.
Deze man heeft ook mijn lievelingsmotor in zijn garage staan. Een fraaie bmw. Als Indigo wat groter is gaan we dat ook eens doen misschien. Toeren op de motor. Ik heb tenslotte niet voor niets ooit een motorrijbewijs gehaald. Dan moet ik nog wel even sparen… voor een mooie motor. En niet zulke flaters slaan met vakanties en oplopende kosten waar je U tegen zegt. Of op z’n Bosch ‘Uwes’ …

Vandaag komen mijn maatwerk keukenbladen. Die moeten vandaag ook betaald worden. Het is ergens maar goed dat ik niet voorzien had dat deze vakantie een financieel fiasco zou worden. Verdorie waar moet ik dat allemaal van betalen? Dan had ik die keuken nooit deze zomer aangepakt. Waar blijft het buffertje wat zo broodnodig is, als alles door je vingers wegschiet … weer een nachtje verder … en weer een nachtje, en weer een week … En ik wil zo graag een buffertje houden … en een buffer opbouwen … want als je leeft van het maken van kunst, is het nooit zeker hoe de volgende maanden eruit gaan zien. Niet in paniek schieten Anne. Adem in. Adem uit. Komt goed. Het is maar geld. Dat is waar. Twee duveltjes op mijn schouders. Ze voeren strijd. Van ‘relaxxxx’ (wat meestal mijn modus is) tot ‘stresssss’ (wat helaas ook meer dan weleens voorkomt) …

De man die ons brengt vraagt hoe oud Indigo is. 10 jaar. Hij heeft een dochter van 10 en een zoon van 17. In Armenië. Ze zijn nu even hier. Als het financieel slecht blijft overweegt hij om terug te gaan naar Armenië. Hij werkt al 17 jaar in Griekenland in het seizoen. Om de 6 a 8 weken gaat hij even naar huis. Hij belt elke dag met zijn kinderen. Dat is andere koek … dan bagage-issues.
Maar toch … Als we deze opgraving gezien hebben, hebben we alles gezien in Santorini. Daarna willen we echt weg! Verder gaan. Ik voel me rusteloos worden.

Verdorie deze trip moeten we helemaal opnieuw gaan maken. Om al die eilanden te bezoeken. Het plan was toch verdorie om te eilandhoppen. Grrrrrr … Maar wanneer? Het voelt echt als tijdverspilling, deze ‘wachtstand’ … Misschien lijkt dat op afstand anders, omdat we toch de hele tijd leuke dingen doen. Dat doen we ook. Maar het is niet dat wat het plan was. En dat we leuke dingen doen … zit in het bloed.

Een dergelijke vakantie opnieuw doen … Dat gaat het denk ik dan worden. Maar wanneer? En hoe?

Indigo is de helft van de vakanties bij mij. En zoals het er nu uit gaat zien … Kunnen we een wintervakantie wel vergeten.
Of … Zou het idee van Geert toch een goed idee zijn? Crowdfunding? Voor de reisverhalen? Of het idee van Michiel? Dat al mijn bijna 3.000 volgers op facebook ons een financieel steuntje in de rug gaan geven? Hm. Morgen hopelijk bagage. Einde aan de dagelijkse grote uitgaven. De hotelkosten lopen per dag op. En niet zo’n beetje.

#Aegean moet toch wel echt gaan vergoeden. Als ze niet elke keer hadden gezegd morgen … Maar gewoon ‘ik weet het niet’ … Zouden we dan gewoon vorige week zijn gaan hoppen sinds we een tasje hebben? Ik denk het wel.
Shit, soms ontglipt me even mijn alles-overstijgende optimisme. En dat komt ondertussen niet meer door de bagage an sich. Niet meer door de spullen an sich. Maar door, telkens weer de belofte, die ons dan hier houdt. Want waarom zou ik gisteren weggaan als vandaag de bagage komt? Moeilijk doen met het speuren naar een hotel wat betaalbaar is. Niet schrikken maar de meeste kamers die je wel kunt vinden zijn tussen de 450,- euro en 5.400,- euro per nacht. Het speuren naar iets betaalbaarders is een helse klus. Dus daarom … is wachten dan blijkbaar voor nu alsnog het beste?

En telkens weer dat enthousiasme, de euforie van ‘morgen komt het!!! vandaag komt het!!! … En dan de deceptie … ‘O het is er niet’ … En dat dan meteen weer … ‘Morgen gaat het op het vliegtuig! Jippie! … Vandaag komt het!’ En weer die teleurstelling! Verdorie. En nu dan sinds een paar dagen ECHT goed zicht op de bagage. … Dus weer enthousiasme! Straks is de bagage er echt … Toch? Ja toch?
Maar goed. Klaar met het geklaag nu. Al is dat eerlijk gezegd wel onderhand wat het is. We zetten ons er elke keer wel overheen.
Op naar Ancient Thera. Boven aangekomen waait het stevig. Indigo’s haar is los. Het waait in zijn gezicht. Het waait alle kanten op. ‘Mamaaaaaaaa dit is niet fijijijn!’ Tranen. Hij ziet niks. En dat vind ie helemaal niks. Vooral niet als we de kant opkijken waar we naar toe moeten. De haren zwiepen door zijn ogen. Ik heb 2 elastiekjes in mijn haar. 1 gaat er uit. Indigo’s haar gaat in een staart. Hij blij. Ik blij. Aan de wandel. Waar is het pad? Er staat een hokje boven op de berg. Rara wat zou dat zijn?

Wat een uitzicht!!!! En wat heerlijk die wind! Ik hou ervan! De wind die gedachten wegwaait. Met zich mee neemt. De wind die je oren niets anders laat horen en voelen dan wind, ruis, gefluister … en die langs -weten-wij-veel-wie-of-wat-eerder- is gewaaid.

Pats! Zegt mijn elastiekje als de wind aan mijn haar trekt. (Vandaar de 2 stiekjes) Losse haren vanaf nu. Heerlijk ook. Het voelt alsof je op de boot of op de motor bent en de wind speelt met je haar. Of aan het strand staat met een heftig windje.

 Het uitzicht vanaf dit punt van het eiland is wederom adembenemend. Wij zijn hierboven. Het is hier overal mooi. Links van ons kijken we neer op Kamari. Daar komen we net vandaan. Rechts van ons kijken we neer op Perissa. Daar lopen we straks naar toe. Het is 11.00 nu. De wandeltocht begint. Ik ben benieuwd wat we gaan zien, beleven, voelen, ervaren … Op deze karakteristieke rots, genaamd Mesa Vouno die fier omhoog rijst uit de zee. 
Bovenop deze berg is het pad dat ons leidt naar de archeologische pracht van Ancient Thera.

Hier gaan we de resten zien, de ruïne van een grote nederzetting uit het Dorische tijdperk. En bij elke stap weer een waanzinnig tof uitzicht. Overal om ons heen zien we delen van een oude stad.
En oneindig veel stenen. Indigo is altijd op zoek naar de perfecte steen om vast te houden. De stenen in de zon zijn gloeiend heet, ook al zijn ze licht van kleur. De stenen in de schaduw zijn heerlijk koel. Uiteindelijk gaat er een steen mee in de hand, die half warm en half koud is. En … die natuurlijk lekker in de hand ligt.
Op het strand van Kamari liggen mensen zij aan zij. Zij liever dan wij. Soms zijn we even aan het einde van de wereld. ‘Niet te dicht bij de rand Indigo’ … Ik kan het niet laten. Een alles-betekenende-blik naar mij, die zoiets zegt van ‘ik ben niet dom ofzoooooo’ … De delen van het oude Thera zijn afgezet met een draad. Tot hier en niet verder. Niet consequent, maar wel hier en daar. Waarom dat op de ene plek wel zo is, en op de andere plek niet, is een raadsel.

Wat mijn ogen altijd streelt bij dergelijke bouwwerken uit de oudheid, zijn de stenen die zodanig zijn opgestapeld, dat ze met elkaar een perfecte wand vormen. Dat bouwen moet heerlijk zijn geweest. Het passen en meten totdat het goed stevig en dicht is.
‘Mag ik nog 1 steentje naar beneden laten denderen?’ Ik zeg Indigo iedere keer als deze vraag komt, dat hij goed moet kijken, als hij steentjes laat rollen, dat dat alleen op een plek kan waar zeker geen mensen onder hem zijn’ … ‘Mama er is hier niemand’ … 

Klopt. Maar toch. We hebben een gesprekje over dat dingen vaart krijgen als ze naar beneden gaan.
Na een stukje wandelen begint het ‘echte pad’ blijkbaar pas. Voeten optillen. Het is hier echt zoooooo gaaf boven!
In deze alles verzengende hitte is het een perfecte plek voor reptielen. Indigo kan zijn hart ophalen. Hij heeft het over berghagedisjes en smaragd-dinges … ‘Mama je kent toch wel Emerald Dragons?’ … Euhm nou blijkbaar sinds vorige week hahaha. We zien rood-achtige, groenige en grijzige kleine hagedissoorten. Tussen de droge begroeiing horen we telkens geritsel …
‘Mama het is hier zooooo mooi! Ik zou hier wel gewoond willen hebben, dan was ik een oude Griek!’ ❤️

Dan plots een Emerald Dragon (schijnt) recht voor het lensje van mijn telefoon. Moet je kijken wat gaaf! Die pootjes! De kleuren, de schittering op zijn huid. Als er hier iets Ancient is, vind ik dat ook van deze reptielen, die de tijd al heel lang doorstaan. 
Na 1700 voor Christus werd Thera (hoe het eiland toen genoemd werd) getroffen door een vulkanische uitbarsting. De prehistorische stad van Akrotiri kwam, zoals ik reeds eerder beschreef, onder een dikke laag as terecht. Het eiland bleef volgens de onderzoeken eeuwenlang een woestijn met hier en daar tijdelijke nederzettingen. 
We komen een fantastisch tableau tegen. Een wand met een beeldhouwwerk door priester Artemidoros, gemaakt naar aanleiding van zijn droom. Wat we zien is waanzinnig! De arend van Zeus, de leeuw van Apollo en de dolfijn van Poseidon.
Vanaf ongeveer de 8ste eeuw voor Christus vestigden de Dorische kolonisten uit Sparta zich hier onder het leiderschap van Theras, aan wie het eiland destijds zijn naam dankte. Deze plek werd een administratief en religieus centrum. 
Het is hier echt een plek om je neus op te halen met een dagje cultuursnuiven. Pilaren, al dan niet bewerkt. Stenen in onwaarschijnlijk zware grote rechte formaten. Kleine randjes met kleine stenen tussen de grote. 
Als je goed kijkt, zie je zoveel moois en ook zoveel waar ik me bij afvraag hoe mensen dat deden in die tijd. Het is werkelijk indrukwekkend. En groot ook. Huizen leken gebouwd te zijn op terrassen. We zien kerken. Romeinse badplaatsen. Gymnasia. Heiligdommen. Van Apollo. Van Afrodite. Van Hera. Van Egytische Goden ook. We zien een theater. Net buiten het centrum liggen begraafplaatsen verspreid tegen de bergwanden. Geplaveide wegen en kleine paadjes maakten de verbinding naar de havens links en rechts van de berg.

Tussen alle oudheden door vindt Indigo leven. Hij wil zoooo graag een hagedisje bestuderen. Hij speurt in alle gaten en hoeken op plekken waar hij vermoed dat ze zitten.
En we vergapen ons aan de wanden die overal opdoemen. En aan de hoogten van deuren waar Indigo wel, maar ik niet rechtop onderdoor lijk te kunnen lopen. De plek heeft veel bewoners gehad. Van Spartaanse kolonisten tot Egyptenaren.

Stenen zijn van xxs tot xxl. Indrukwekkend.
Zodra we schaduw vinden onder de bomen ruiken we hars. Zien we vogels die zich te goed doen aan insectjes en kleine reptielen.

Ik raak werkelijk geïnspireerd door de structuur van de stenen. Dat heb ik altijd. Het fascineert me. Het bouwen. Stapelen. De structuur. De vorm. En de natuur die altijd haar weg terug hervindt tussen alles door wat wij mensen ooit gebouwd hebben.
De paden zijn oneffen. Je voeten op de juiste plek zetten is niet vanzelfsprekend. Over je eigen tenen struikelen wel, als je niet oplet en in dromenland raakt.
Het is hier stil. We hebben alle rust en ruimte om op ons gemakje rond te kijken, te filosoferen, ons een voorstelling te vormen van hoe het hier was.
Vogels suizen door de lucht. Wat moet dat fantastisch zijn. Over bergen en zeeën.  ‘Mama ik wil in mijn volgende leven graag een vogel zijn, mèt jou, en dan ben ik jouw papa of mama en ga ik voor jou zorgen, de hele tijd, netzoals jij nu altijd voor mij zorgt’ … ❤️ … ‘Is dat eigenlijk veel werk om voor mij te zorgen?’ 😂👌 ‘Mama ik denk dat ik wel ergens rond mijn twintigste kinderen wil, het lijkt me zo leuk, en dan ga ik ook met ze op reis, zoals wij altijd doen’ … ❤️ … oneindig veel gesprekken. Elke dag weer. Al 10 jaar lang. Mooi mens, die zoon van mij.

Er staat nog zo’n hokje hier. Er zit een man in met een fluitje. Hij houd de wacht. Als er iemand iets doet wat niet mag, dan fluit hij.
En soms is er ineens wat groen. En dan is het ook echt groen. Fijn tussen al het droge dorre en stoffige.

We komen amper iemand tegen. Ik hou daarvan. Van dat het ‘privé’ is. Dan voelt het exclusief en loopt er niemand in de weg.

Ergens onderweg begint iemand tegen ons te praten. In het Nederlands. Een jong stel. Ze hoorden onze gesprekken. We lopen een stukje samen. 
Een foto van ons 2! Ook leuk want naast de selfies lijkt het meestal een fotoverslag van Indigo die op vakantie is.
Met z’n vier lopen we het komende uur. Indigo kletst voluit. Echt zijn mond is net een waterval waar woorden uitvloeien. Moeiteloos doet ie de ene spreekbeurt na de andere. Hij vind gretig aftrek want er is gespreksstof genoeg.

Ze zijn met de scooter naar boven gekomen, via Kamari. Om de berg heen, dat is een hele toer. Straks als wij naar beneden klauteren, rijden zij er waarschijnlijk langer over dan dat wij lopen, bedenken we met z’n viertjes.
Ondertussen genieten we van duizelingwekkend veel moois. De stenen waarmee de huizen gebouwd zijn is in overdaad aanwezig hier. Het is gaaf hoe de grilligheid van de berg moeiteloos overgaat in de bouwwerken van hetzelfde materiaal. 
Tof dat, ondanks de aardbeving en vulkaanuitbarsting in 1956 toch nog heel veel zichtbaar is, en muurtjes half zijn blijven staan. Hier en daar gestut … Maar dat even terzijde. Waar je ook kijkt zijn restanten van bouwwerken te zien. Beneden ons. Boven ons. Links. Rechts. Voor. Achter.

Een vliegtuig! ‘Zou daar onze bagage in zitten?’ … Zucht. Waarom hebben we in hemelsnaam bagage? Waarom hebben we niet nòg minder meegenomen en datgene in de handbagage gedaan? Nou ja. Meestal doen we de dingen zodanig zodat ze op dat moment het beste lijken. Als je daar achteraf spijt van krijgt en het is door eigen toedoen, dan is dat stom en suf en neem je je verlies en ga je door.

Als echter, zoals wij nu, je in wachtstand en verwachtingsstand staat … Door elke keer de belofte …

Zucht … Daar gaan we weer. Gedachten aan de bagage. 
We dalen langzaam af. Het stel is 2 weken in Perissa. Morgen is hun laatste dag. Indigo verteld dat wij eigenlijk nog gaan eilandhoppen. En al 11 dagen op onze rugzakken wachten. Ze vragen wat ons volgende plan is. ‘Stappen jullie dan ongepland zomaar op een boot?’ … Ze waren bij de havens geweest en verbaasd geweest door de chaos. Het meisje zei dat ze liever toch dingen georganiseerd zou hebben zodat ze wist waar ze aan toe was. Als ze überhaupt ooit zou gaan eilandhoppen dan zou ze alles van te voren graag willen plannen. Ik herinner me dat Barbara en ik naast een ronkende boot in zo’n haven een hele middag geslapen hebben, half op onze rugzakken.

Mooi hoe mensen verschillend zijn.
Ik herinner me ineens hoe ik tegen een opdrachtgever zei dat we de heenreis en terugreis hadden geboekt en de rest nog helemaal open stond. Dat ik dat graaaaag niet helemaal georganiseerd had. Hm … Heb ik het op me afgeroepen? Hum. Hum. De ‘schuld’ bij jezelf zoeken, is niet een erg goed idee als je gewoon betaald voor je vlucht en je bagage in incheckt.
We lopen nog wat. Indigo kletst oneindig. Vol enthousiasme. Over al zijn diertjes. Over school. Over vakanties. Over vanalles. We drinken met z’n vieren nog een drankje in de hitte. Dan gaan zij op de brommer. Volgende week weer aan het werk en naar school. Hij is energie adviseur. Zij studeert psychologie. En wij … zetten ons avontuur voort. Bergafwaarts.

Hier ongeveer naar toe. Daaronder moeten we zijn. En dan nog een stukje verder naar zee. Onze traditie: de voetenfoto. Grappig want we hebben foto’s van grote met kleine voetjes. Nu scheelt het nog maar 2 maten. Indigo heeft een mooie wandelstok meegenomen onderweg. Die gaat hem goed van pas komen. Het pad schijnt steil te zijn. 
Hier waait het weer stevig aan deze kant. Haren waaien in mijn mond. En dan … Alsof de windgoden mijn verzoek verhoren … een stoffig elastiekje recht voor mijn voeten. ‘Bheee mama dat is toch vies’ … ‘Ja dat is, maar dan was ik straks mijn haar toch extra 😉 in elk geval kan mijn haar nu op een staart’ …
Daar gaan we. De berg is indrukwekkend. De hitte ook. Schaduw is er niet, volgens mij. Nauwelijks schaduw volgens Indigo, haha of je moet onder de berg gaan liggen. Daar beneden halverwege in het dal is iets wat onze aandacht trekt. Wat zou dat zijn? Hoe is dat ontstaan? De hand der natuur? Of mensenhanden? Het is goed dat we stevige schoenen dragen 😉 want het pad kruimelt onder onze voeten weg. (Had ik deze zin niet eerder uit mijn brein laten ontspruiten? Op het pad van Oia naar Fira?) Indigo draagt stevige schoenen. Ik draag mijn slippers. Het pad draagt de naam van profeet Elias die van bergtop naar bergtop ging. Wij volgen de voetsporen van Elias.

Het is mooi! Indigo staat om de haverklap stil om alles goed te bekijken. ‘De oude Grieken woonden echt heel mooi mam’ … Hij heeft een mooie kijk op de wereld vind ik. En is in contact met alles. ‘Mama zullen we zo’n steenstapel maken?’ Haha. De structuur van de berg verandert langzaam. Meer laagjes. Minder grof. Poreuzer. Kleinere structuur. En hier en daar een zwart blok met rode delen. Alle kleuren van de stranden zijn hier verenigd. Zwart. Rood. Wit. Soms moet er iets onderzocht worden. Indigo heeft alle tijd van de wereld. De hitte boeit hem niet. Het zweet parelt op onze gezichten en armen. Tussen mijn borsten. Op onze ruggen. Daar ergens een stuk verderop is mogelijk schaduw. We zijn sinds onze start van boven naar beneden al anderhalve liter water verder. We droegen 2,5 liter mee. We moeten nog een heel eindje. Het is geweldig. Dit is waar we van houden. We komen niemand tegen. En niemand haalt ons in. Er is voor ons en achter ons niemand te zien. De berg is van ons. Heerlijk om gewoon anderhalf uur helemaal niemand, niks, nada tegen te komen.

We bestuderen de details. We zien allebei echt. Echt kijken is anders dan als een kip zonder kop ergens zijn. We snuiven de omgeving op in al haar schoonheid en variëteit. Zijn dat kunstenaarsogen? Beelddenk-gedrag? Het zien. Benoemen. Delen.
Hier zijn we in ons element. Als Indigo groter is doen we dit mèt backpack. Zulk soort dingen. Volgend jaar misschien? De berg over, en op zoek gaan naar de volgende plek. Dat is wat zo heerlijk is aan backpacken. De vrijheid om elke dag verder te trekken, of te blijven als je wilt.
Griekenland zou backpack-light worden. Van plek naar plek. Van camping naar camping op alle hoeken van de eilanden. Van eiland naar eiland. En dan … Om 16.45 zijn we beneden. We hebben vanaf 11.00 gelopen, geklauterd, gewandeld, geklommen. We hebben het stikheet. Willen koud drinken. Eten. En een duik nemen in de zee.

Nu nog langs de berg … Richting het water. En yessssss … We ploffen neer …

We bestellen een visschotel voor 2, en verse ananassap en verse perziksap. De camera’s van onze telefoons zijn op voordat het eten en drinken er is. Jammer want het zag er super uit! We zwemmen … En voelen dan de drang om naar ‘huis’ te gaan. De telefoons op te laden, want de bagage … Die komt straks!

De bushalte is drukdrukdruk. De bus komt. Alleen mensen met kleine kinderen mogen mee. Indigo is niet klein. De volgende bus duurt een uur.
Wij lopen naar het appartement waar we onze eerste nacht hebben doorgebracht. De dame lacht. Ze vraagt of onze bagage er is. ‘Nee’ ‘Neeee???’ … We vragen of ze een taxi wil bellen.
Na een kwartier komt de taxi. We worden met een grote glimlach ontvangen. De man komt uit Athene. Hij woont daar met zijn vrouw en 2 kinderen van 9 en 11. Hij werkt sinds 12 jaar in Santorini in de zomer, 6 maanden. Hij heeft zijn vrouw ontmoet het eerste jaar dat hij hier werkte. Ze is een Duitse. De kinderen hebben in de zomer 2,5 maand vakantie. Dan is het gezin compleet want komen ze naar Santorini.

Indigo is jaloers. Hij wil ook wel 2,5 maand zomervakantie. De man brengt ons bij Pension George. Daaaag!
Telefoon aan de lader. Berichten checken. Gemiste oproepen checken. Mail checken.

Alleen iets over een expositie in oktober. Dat is van latere zorg. Ik bel Santorini Airport. Geen gehoor. Ik bel AviaPartners. Geen connectie. Het loopt dood met doorschakelen omdat ik bij de luchthaven moet zijn waar het rapport is opgemaakt: Santorini dus. Kutzooi. Ik sms Olga. We gaan even zwemmen in ons zwembad. Even afkoelen. Een half uurtje later: geen goed nieuws. Er is geen bagage. Verdomme! Hoe kan dat nou!! Grrrrr …

Wat wil het leven ons vertellen?!!!
We zouden nog naar Fira zijn gewandeld om te gaan eten. Maar na het slechte nieuws hebben we allebei zoiets van ‘bheee’ … We bestellen eten, gevulde paprika en aardappeltjes met vlees. Simpel.

Het wordt 20.00 – 21.00 – 22.00 … We kijken elkaar af en toe aan met een blik met opgaande werkbrauwen. We spelen een spelletje. Ik schrijf. De stilte is voelbaar. De vraagtekens in onze hoofden bijna hoorbaar.
Ik zou wel tegen iets aan willen schoppen. Indigo zou wel wat oud serviesgoed stuk willen smijten. ‘Hoppaaaa!’
‘Het komt wel’ zegt Indigo als ik een beetje sip ben. ‘Het komt wel’ zeg ik, als Indigo boos is.

Olga belt nog. Ze is weg bij de luchthaven. De bagage is niet weggegaan uit Amsterdam. Morgen om 06.00 komt er weer een vlucht. Misschien dan. Laten we het hopen.

We lezen in Harry Potter. Dat is verdraait lastig in het Engels.

Welterusten … Morgen. Morgen. Morgen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s